HelpCongo.nu > PUBLICATIES > Internationale Samenwerking
Op deze pagina staan vermeldingen van relevante publicaties van de categorie 'Internationale Samenwerking'.
- ”GLOBALISERING EN ONTWIKKELINGSLANDEN”
Publicatie: Vakgroep Sociale Geografie ,Radboud Universiteit Nijmegen
Gepubliceerd op donderdag 01 februari 2007.Globalisering en de gevolgen daarvan voor de ontwikkelingslanden
Cursus Globalisering en Ontwikkelingslanden verzorgd door Alphonse Okatende Muambi op woensdag 21 juni 2006. Deze cursus wordt aangeboden door de vakgroep Sociale Geografie aan 1e jaars studenten van de Radboud Universiteit. De doelstelling van de cursus is studenten meer inzicht te geven in verschillende processen van globalisering en de gevolgen daarvan voor de ontwikkelingslanden. In dit verband is Alphonse Okatende Muambi gevraagd de case study de Democratische Republiek Congo, te behandelen. Alphonse Muambi had voor een open en interactieve collegevorm gekozen. Hij prikkelde hiermee de studenten om vragen te stellen, met als gevolg dat er een levendig college ontstond. Dit werd goed ontvangen door de studenten.
ABSTRACT:
Reflectie college Democratische Republiek Congo (Alphonse, 21-6-2006)
Radboud Universiteit
Het college begon met een kort historisch overzicht van de Democratische Republiek Congo (DRC). Hierbij werd in hoofdlijnen de politieke instabiliteit uiteengezet. Met name kwam hierbij het instabiele leger aan de orde (institutionele instabiliteit); door het niet uitbetalen van de salarissen keerden veel militairen zich tegen het politieke regime. Daarnaast werd het belang van beeldvorming ten tijde van het aanwakkeren van een conflict aangehaald. Door Mobutu werden etnische verschillen in het economische hart van Congo benadrukt, waardoor uiteindelijk een bloederig conflict is ontstaan, waar groeperingen uit Burundi en Rwanda ook een rol in speelden (regionalisering van het conflict) Vervolgens ging Alphonse in op het onderwerp migratie. Hij behandelde daarbij drie punten:
- Waarom gaan mensen weg uit DRC
- Migratie van Congolezen naar Afrika (Z-Z migratie)
- Migratie van Congolezen naar het Noorden (Europa, Amerika) (Z-N migratie)
Migratie
De redenen dat mensen weggaan uit Congo, zijn door de jaren heen voornamelijk sociaal-economische redenen geweest. Buiten de stroom vluchtelingen die het conflict in Congo heeft veroorzaakt, emigreren Congolezen om elders een beter bestaan op te bouwen. Alphonse gaf daarbij een voorbeeld dat vanwege studentenprotesten Universiteiten en Hoge Scholen door Mobutu zijn gesloten (institutionele instabiliteit). Het gevolg was dat de hoogopgeleide geen perspectief meer hadden, en dus over de grens gingen kijken. Het gevolg hiervan was grootschalige braindrain. Daarnaast behandelde Alphonse de wederzijdse migratie die ontstaat is tijdens een conflict (in dit geval in buurland Angola). Enerzijds kwamen Angoleze vluchtelingen naar Congo, anderzijds gingen Congolezen naar Angola om economische redenen. Het conflict zorgde dat de prijzen van producten enorm stegen (dus meer winst voor Congolezen te halen). In dit geval spreken we over wederzijdse migratie.
Een andere vorm van Zuid-Zuid migratie is de emigratie naar Zuid Afrika. Mensen konden via het zuid-oosten van Congo relatief eenvoudig reizen naar Zuid Afrika. Voornamelijk mensen uit de gezondheidsector grepen de kans in Zuid Afrika te werken.
Het volgende onderwerp dat behandeld werd is Zuid-Noord migratie. Congolezen gaven de voorkeur om te leven in Franstalige landen. Later ging men echter ook naar andere landen migreren. Door het Verdrag van Dublin is het steeds moeilijker om Europa te bereiken. (Let op: Beeldvorming: als wij aan migratie denken, denken we voornamelijk aan de mensen die naar Europa komen, terwijl Zuid-Zuid migratie vele malen groter is dan Zuid-Noord migratie)
De rol van migranten in ontwikkelingsvraagstukken
Nadat hij migratie als thema had behandeld, ging Alphonse door met de rol van migranten in ontwikkelingsvraagstukken. Hierbij haalde hij aan dat de Europese organisatiestructuur (stichtingen e.d.) geheel onbekend waren voor Congolezen. Vervolgens gaf hij aan dat remittances niet alleen geldstromen zijn die teruggestuurd worden naar het land van herkomst, maar dat er ook sprake is van social and political remittances. Hij sprak hierbij over het belang van internet, en over het belang van mobilisatie van migranten. “De reden om in het Noorden politieke druk uit te oefenen is simpelweg omdat het noorden het lot van DRC in handen heeft.”
Internationale economische agenda
Via deze uitspraak behandelde Alphonse nog een belangrijk aspect van Congo; de internationale economische agenda. Hij gaf daarbij aan dat Congo een zeer rijk land is onder de oppervlakte. De vraag naar het metaal coltan (90% hiervan ligt in DRC) is enorm gestegen omdat het een van de grondstoffen is voor de mobile telefonie. Daarnaast bezit Congo diamanten en vele andere grondstoffen. Het probleem van Congo is dat deze grondstoffen niet door de Congolezen worden beheerd. Buitenlandse multinationals (ook Nederlandse bedrijven) dragen bij aan de economische uitbuiting van Congo, en dragen daarom tevens bij aan de instabiliteit van het land. Dus het beeld dat Afrika internationaal gezien oninteressant is om (politiek) in te grijpen is niet waar. Het is interessant genoeg, echter vanwege politiek-culturele redenen zijn Afrikaanse leiders snel te manipuleren, en lopen ze achter de economische feiten aan.
- ”CONGO MOET ZICH AAN CHINA SPIEGELEN”
Publicatie: Vice Versa, Vakblad ontwikkelingssamenwerking, uitgegeven door SNV, Jaargang 40 nr 5, oktober 2006
Gepubliceerd op maandag 01 oktober 2007.
De president van Congo kan zich door China laten inspireren om zijn land te ontwikkelen. Een artikel van Julie Ndaya, etnoloog bij het Afrika Studie Centrum LeidenABSTRACT:
Joseph Kabila blijft hoogstwaarschijnlijk aan als president van Congo. In een van zijn schaarse interviews, in het tijdschrift La Revue, verkondigde hij onlangs: ‘Je veux faire du Congo la Chine de l’Afrique.’ De Europese regeringen zien dergelijke aspiraties met lede ogen aan. Ze waarschuwen Afrika voor de onbetrouwbaarheid van de Chinezen: deze zouden alleen uit zijn op hun eigen gewin. Anderen vinden de toenadering van Afrikaanse leiders tot China gevaarlijk, omdat China zich niet druk maakt om mensenrechten en democratie.
Dit is merkwaardig. De belangen van het Westen in Afrika worden altijd goed weggestopt in kreten als ‘hulp aan de economische ontwikkeling’, maar de tweede agenda is wel degelijk steeds aanwezig. Het gaat hierbij niet alleen om direct geldelijk gewin, of om steun aan oud-president Mobutu zodat deze over het hele continent wapens kon verspreiden. Veel verwoestender is de eis om de samenleving om te vormen naar westers model. Terwijl er nooit echt aandacht is geweest voor de identiteit van het Congolese volk. Door de mentale overheersing zijn de Congolese leiders ware apostelen geworden van de Europese ideeën over bestuur, wetende dat er weinig culturele parallellen tussen Afrika en Europa zijn die de toepasbaarheid van zo’n bestuursmodel aannemelijk maken.
Sociale identiteit
Kijken we daarentegen naar de geschiedenis van Congo en China, dan zien we meteen een aantal cultuurhistorische raakvlakken. Overeenkomsten zijn er bijvoorbeeld in de manier waarop wordt omgegaan met gezag en leiding, en op religieus gebied.
Tot in de jaren tachtig had China door het communistische regime een slechte reputatie in het Westen. Het hoorde tot de meest autoritaire landen ter wereld. De huidige president Hu Jintao zoekt echter naar een middenweg: een bestuursvorm waarmee zowel de voorstanders van het neoconservatisme, die nog nostalgie hebben naar het maoïsme, als de voorstanders van de sociale democratie ‘à la chinoise’ (vergelijkbaar met de Perestrojka van Gorbatsjov) vrede kunnen hebben.
De wil van de Chinese leiders om vast te houden aan de op de mentaliteit en behoeften van hun volk gerichte bestuursvormen, heeft zonder meer zijn vruchten afgeworpen: China is tegenwoordig een grote economische concurrent van het Westen.
Wie de Congolese volkswijken kent en op bezoek gaat in de ‘hutongs’ van Peking kijkt zijn ogen uit: overal zie je kleine familiale ondernemingen. Bijna iedereen heeft water en elektriciteit. Om de paar honderd meter vind je een openbaar toilet.
Hoeveel impact heeft een waarschuwing voor het gebrek aan democratie in China wanneer je ziet dat de Chinezen zoveel meer ontplooiingskansen hebben dan de mensen in het economisch en moreel leeggeroofde Congo?
Het behouden van de Chinese sociale identiteit lijkt de voorwaarde te zijn geweest voor de ontwikkeling die China nu doormaakt. Congo kan zich hierdoor laten inspireren door bij het kiezen van een bestuursvorm die economische groei mogelijk moet maken, dicht bij de eigen realiteit te blijven. Voor Kabila ligt daar in zijn nieuwe ambtstermijn de uitdaging. Wat de Congolezen willen, is een regering die aanwezig is, die zorgt voor water, elektriciteit, fatsoenlijke gezondheidszorg en onderwijs. Wat de bevolking nodig heeft om dat op te bouwen, is een hernieuwde identiteit.
- ”LAUDATIO PROMOTIE NDAYA”
Gepubliceerd op maandag 11 februari 2008.Laudatio (‘éloge’), fait[e] par le Professeur Wim van Binsbergen (premier promoteur) à la fin de la soutenance de la thèse intitulée Prendre le Bic, de la main de Mme Julie Duran-Ndaya Tshiteku, Faculté de Philosophie, Université Érasme Rotterdam, Pays Bas, le 18 janvier 2008
Mme le Docteur Duran-Ndaya Tshíteku, chère Julie,Je commencerai cette allocution par invoquer et honorer les esprits de nos ancêtres africains, ceux qui sons présents chez nous à ce moment-ci, pour être les témoins fiers de ce que tu viens d’achever. Et ici je pense particulièrement à ton père, dont tu as hérité la personnalité forte et critique, et l’amour de la recherche et du texte. Aussi, parmi les vivants, j’accueille ton mari et tes fils, les autres membres de ta famille (je regrette que ta mère ne peut pas assister à cette grande occasion), tes amis et tes compatriotes, qui sont venus en nombre considérable pour partager dans ton triomphe.
Chère Julie, tu es finalement arrivée à la fin d’un chemin qui était tellement long et tellement difficile que probablement tu n’y aurais jamais mis tes pieds si tu aurais su qu’est-ce que c’est qui était devant toi. Et ici je ne vise pas à la recherche de terrain proprement dite, ni à la représentation de tes expériences, tes observations et tes enquêtes en des textes descriptifs précis, évocateurs, souvent émouvants, et parfois inoubliables. La recherche de terrain c’est quelque chose que tu as connu dès ton enfance, quant ton père accueillait tant de chercheurs européens et tu commençais à te demander (comme ton père lui-même) pourquoi les textes basés sur ces recherches ne semblaient jamais arriver chez la population sujet de ces recherches. Tu as publié fréquemment bien avant d’écrire le texte que tu as défendu aujourd’hui avec succès. Non, tes problèmes étaient d’un autre ordre, et, tout à travers le long processus de ta préparation pour le doctorat, c’étaient des problèmes que le plupart de nos collègues africains peuvent reconnaître comme les siens – qui sont avant tout de nature épistémologique et de la politique de la connaissance. Comment étudier les compatriotes, dans une perspective anthropologique, sans les réduire à des objets ? Comment imposer, sur la subtilité des spécificités culturelles et sociales qui, pour toi, ont constitué un chez-toi pendant toute ta vie, le langage aliénant, souvent hégémonique et condescendant, du discours académique de la région nord atlantique ? Comment trouver une approche alternative, qui évite cette imposition tragique (dans laquelle toute l’histoire moderne de ton pays natal est reflétée) ? Comment trouver une approche qui insiste, avec une voix africaine et avec une réticence et une générosité africaines, sur la continuité et la proximité entre chercheur et communauté hôte, et sur la dignité et la compétence de cette communauté hôte ? Comment articuler cet alternative, en défiant les cadres souvent hégémoniques et présomptueux d’une science nord atlantique, et en utilisant la recherche et l’écriture comme instrument de ce que ton grand compatriote Mudimbe, ici présent, a appelé ‘la libération de la différence africaine’ ? Mais encore, comment reconnaître et respecter tout de même, les conventions, les procédures, les sensitivités, la sagesse accumulée, en bref, tout l’édifice de la méthode et de la théorie des sciences sociales mondialisantes, précisément dans une situation – comme nous autres, les deux promoteurs de ta thèse, l’ont créée pour toi, – une situation donc dans laquelle tu es invitée et stimulée, explicitement et sans aucune réserve de notre part, de contribuer à cette libération ?
Chère Julie, si aujourd’hui nous sommes tellement fiers de toi, c’est parce que tu a su dégager, d’une façon impressionnante, les promesses inhérentes dans ton projet et dans ton histoire. Tu as lutté incessamment et avec grand courage avec les grands problèmes de la recherche tels qu’ils se posent dans le contexte africain aujourd’hui. Par l’intermédiaire de ton texte, tu as rendu à ses propriétaires africains un genre de vie et de spiritualité qui sont aussi vivantes que ton texte, et (malgré tous ses contradictions) aussi inaliénées. Il y a une grande parallèle significative entre ton projet, et le mouvement de prière, Le combat spirituel, qui est le sujet de ton ouvrage. Comme tes femmes le Combat tu as ‘pris le bic’, pour te rendre compte de toi et de ta situation dans un monde mondialisant, et pour ainsi réaliser une dignité unique en t’inscrivant dans une textualité (pour elles biblique, pour toi scientifique) qui est endouée d’un pouvoir énorme, et qui avait déjà une longue et riche histoire ailleurs avant d’être approprié dans un contexte africain. Mais il y a aussi des grandes différences – que j’aurais préféré, si tu me permets, de voire explicités dans ta thèse. Pour les dames du Combat, leur engagement avec une interprétation idiosyncrasique de la spiritualité biblique veut dire qu’elles échangent l’une forme de soumission et de docilité (celle que la tradition congolaise accorde aux femmes) pour une autre : le respect total et humble pour les leaders du culte, ses textes et ses pratiques, dont le plus poignant c’est que les adeptes littéralement piétinent et vomissent sur tout ce qui est ancestral. Par contre, tu cherches la libération par affirmer le Combat aussi que l’ancestral, en t’appropriant un habitus scientifique qui est mondial plutôt que nord atlantique, et qui rejette forcément toute docilité – parfois trop forcément.





